Al een tijdje vraag ik me af tot welk muzikaal genre de liedjes van Paul de Leeuw moeten worden gerekend. En ik ben geneigd tot de conclusie dat het een nieuw genre in het Nederlands taalgebied is. Het lijkt nergens op. Waarschijnlijk vindt hij zelf dat hij tot de selecte schare van theatrale Nederlandse chansonniers moet worden gerekend als Ramses Shaffy en Karin Bloemen. En theatraal zijn de teksten inderdaad, of liever gezegd pathetisch. Verder gaat elke vergelijking mank.

Rijmelarij
Shaffy en Bloemen kunnen zingen, Paul de Leeuw heeft inmiddels geleerd zijn stem enigszins te controleren, zodat zijn geluid niet direct vals klinkt. Ik ben werkelijk benieuwd tot welke groep zangers hij zichzelf rekent. Zijn teksten zijn op het eerste gehoor niet zo plat en krom als die van de echte vertolkers van het levenslied, zoals André Hazes, die in gemoede zingt: “Ik zat naast een lege kruk”. Hij bedoelde:”Naast mij stond een kruk waar niemand op zat”. Als hij werkelijk naast een lege kruk zat, kan het niet anders of hij moet op z’n hurken op de grond gezeten hebben, of het was na sluitingstijd en hij zat op een stoel, terwijl de krukken op tafel waren gezet. Pauls teksten zijn wel te betitelen als rijmelarij, ook een kenmerk van het levenslied: daardoor makkelijk te onthouden en mee te zingen.

Tekstuele softporno
De pathetiek is weer niet zo groot als van de echte smartlap, zoals van Jacques Herb’s “Manuela” en de teksten zitten anderzijds lang niet zo goed in elkaar als die van John Ewbank en Marco Borsato. Wel vergelijkbaar met de laatsten is dat de teksten van De Leeuw even weinig aan de fantasie overlaten: wat gezegd kan worden, wordt gezegd, alsof de tekstschrijvers bang zijn dat de luisteraar te dom is om de betekenis een tekst zelfstandig te interpreteren. De teksten van Ewbank roepen bij mij de vergelijking op met goedgemaakte softporno gericht op vrouwen. Welke kwaliteit tekstuele softporno De Leeuw produceert, laat ik aan de lezer over. Verder houdt ook hier elke vergelijking op: Borsato heeft een goede zangstem.

Parodie
Als liedjes van de Leeuw niet als smartlap, niet als levenslied, noch als theatraal chanson, kunnen worden betiteld, als wat dan wel? Als geheel nieuw genre? Toch niet. Zijn teksten klinken (waarschijnlijk onbedoeld) als parodie op de drie bovengenoemde genres. Niet echt serieus te nemen, terwijl de Leeuw waarschijnlijk vindt dat hij al zijn muzikale pretenties geheel waarmaakt. Maar misschien is hij wel gewoon een zakkenvuller, als zovele van zijn in de reclamewereld schnabbelende collega’s en gaat het hen alleen maar om zo groot mogelijke cd-verkoop door makkelijk in het gehoor liggende rijmpjes te maken op goedkope muzikale arrangementjes.

Lullige persiflages
Waar zijn liedjes me nog het meest aan doen denken zijn de persiflages van Wim T. Schippers op de pretentieuze maatschappijkritische liedjes uit de jaren zestig en zeventig. Geniale lulligheid in tekst, muziek en orgeltjes, belichaamd en vertolkt door IJf Blokker als Barend Servet en later Sjef van Oekel. En IJf Blokker kon ongeveer evengoed zingen als Paul de Leeuw nu. Wie herinnert zich niet de evergreen ”Waar moet dat heen, hoe zal dat gaan” over de milieuvervuiling. Lullig, maar geniaal. Voor de liedjes van Paul de Leeuw blijft wat mij betreft alleen de kwalificatie “lullig” over.

Tagged with →  
Share →

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Maak de som af (anti-spam): * Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.