Ook zonder woorden te verdraaien blijkt het kinderspel om de strekking van een verhaal te manipuleren. De helft weglaten is genoeg

Uit verband rukken van teksten om de strekking van een verhaal te veranderen geen journalistiek alleenrecht

Interviews worden achteraf vaak betreurd en bekritiseerd, omdat uitspraken "uit-hun- verband-zouden-zijn-gerukt". Ik was tot nu toe geneigd om een dergelijke verdediging door een ontevreden geïnterviewde af te doen als "onsportief gedrag". Met als voorbeeld het onderstaand verhaal, heb ik mijn mening bijgesteld. De eerste helft van het verhaal lijkt te gaan over een jongen die uiteindelijk succes heeft bij een meisje. "Mooie romantische afloop", dacht ik, "zou ik ook wel willen". Waar het verhaal verder gaat (hieronder aangegeven door _ _ _ _ _ _ _ _) gaat het verhaal niet over vervuld, maar juist over onvervuld verlangen. Iets preciezer geformuleerd blijkt de strekking helemaal niet: "hij krijgt haar en zij krijgt hem" en eind goed al goed, maar van onbegrip voor elkaars bedoelingen in de liefde tussen jongens en meisjes. Ofwel de bevestiging van het gezegde "vrouwen komen van Venus en mannen van Mars".

Het verhaal uit de bundel "De mythe van een jeugd" dateert uit 1921 en is van Aart van der Leeuw. Ik kwam het eerste deel ervan tegen in boek met verhalen over Nederlandse feestdagen en gebruiken. Uit nieuwsgierigheid zocht ik naar meer informatie over de schrijver. Dergelijk verhalende dichtkunst ben ik nog niet vaak tegengekomen Je kunt het ook omschrijven als "Jugendstill-bombast", met veel omtrekkende bewegingen en taalkundige krullen en franje. Het volledige verhaal "Sint-Jansvuur" blijkt zeker twee keer zo lang als de versie uit de "feestbundel" die ik las. Het oorspronkelijke verhaal van Aart van der Leeuw blijkt zelfs een heel andere strekking te hebben dan de "feestversie" waarbij de tweede helft is weggelaten.

Half verhaal

Schokkend aan deze ontdekking vind ik dat het zo makkelijk blijkt een tekst "uit zijn verband te rukken", waardoor de betekenis volledig verandert. In dit geval is het verhaal niet herschreven, zijn geen woorden welbewust verdraaid: van het geherpubliceerde verhaal is alleen de tweede helft weggelaten.

Gemoderniseerd
Hieronder heb ik de tweede helft weer toegevoegd uit de oorspronkelijke versie van Aart van der Leeuw; de spelling hier en daar gemoderniseerd en langdradige beschrijvingen die niet relevant zijn voor de strekking van het verhaal, weggelaten

Schokkend besef

Oordeel zelf over hoe makkelijk het is om teksten en hun betekenis uit hun context te halen en zo de bedoeling volledig te veranderen, bewust of niet. Een schokkend besef dat ik graag wil delen en hopelijk tot nadenken stemt en tot uitstel van oordeel: zolang je niet op de hoogte bent van de volledige werkelijkheid is terughoudendheid geboden. Daarvan ben ik me niet eerder zo nadrukkelijk bewust geweest.


SINT-JANSVUUR

Op het uur, dat de lente in de zomer overbloeide, werden in de vlakte de brandstapels ontstoken. De jeugd verzamelde zich rond de knetterende takkenbossen, de ene hand zocht de andere, en er werd om de blakerende vlammen gedanst. Vreemdelingen, kinderen noch ouden van dagen mochten zich onder de jubelende scharen mengen, en het waren de jongelingen alleen met hun meisjes, die zich, bezield door de geest van hun voorouders, vrolijk vermeiden in dit feest .

Drie vrienden

Dit jaar was de vierentwintigste juni wolkeloos aangebroken. De drie vrienden, hadden het wonderlijke gevoel, alsof de wereld onherkenbaar en gesluierd aan hun voeten sliep. Dit was de eerste maal van hun leven, dat zij om de vuren zouden dansen, en de verwachting lag hen als een hand op het hart. Ongemerkt waren hun dromen, die zij eerst onder de linden gedroomd hadden, veranderd, nu een geur van hooi hen tegenwoei. Langs den Binder flakkerden rossige schijnsels als de vleugels van een wondervogel, mijmerde Hendrik, als de vlamgloed van een autodafë, dacht Walter, als het wenken der vervulling, peinsde Rijkert met een zucht. Nog nimmer was zijn borst zo rijk geweest aan verlangens, de nacht nog nooit zoo vol van meegevoel. Uit elke heester werd hem een belofte toegefluisterd; de wind, die langs de wei streek, leek een ademtocht. "De zomer siert de aarde", zong het ergens in hem, "als een ruiker de keurs van een meisje ; och, mocht ik bij een meisje zijn ."

Vreugdevuur
Spoedig kwamen zij voorbij de eerste vreugdevuren. Als grote vonkentuilen bloeiden zij op uit de vlakte, en reikten met hun gloedgreep tot in de struiken langs het pad/ Lachend klommen zij een hek over. In het midden van de weide laaide een reusachtige houtberg, doch niet alleen in de kring om de vlammen, maar ook in de schaduw, en daar in paren, werd er gedanst.

Rijkert

Voor hij eigenlijk goed begreep wat er geschiedde, tripte Rijkert rond de vlamzuil, met aan elke hand een zingend meisje, dat als een klaproos bloosde tegelijk van hitte en genot. Hij wist niet, hoelang hij zo al had rondgewerveld, toen plotseling de slinger van jubelende feestgenoten uit elkander stoof. De verteerde takkenbossen waren ineengevallen, rokend smeulde de vuurhaard, doch nog slechts een enkele vlamtong krinkelde er uit op. Nu was voor de jonge mannen het ogenblik gekomen om de sprong te wagen en zo, gelijk de overlevering het beloofde, zich een jaar van gezondheid te verwerven. De meisjes vormden een kleurige, dubbele haag, waarlangs de mannen dan hun aanloop namen. Het eerst snelde een jeugdige boerenzoon voorbij. In een prachtige op- en neerzwaai zweef de het lenige lichaam dwars over den spuwende kraterkuil. "Koen en fier als een gedachte", mompelde Rijkert vol bewondering, en toen de mededingers volgden, enkelen bespot om een struikeling of een pijnlijke val in de gloeiende ashoop, maar de overigen toegejuicht, wanneer zij hun meesterlijke boog hadden beschreven. Ook in Rijkert woelde de drift om zich te meten met de vlammen, maar het lukte hem om die begeerte nog in toom te houden.

De sprong
Juist werd een bundel nieuwe brandstof op het kwijnende vuur gegooid, de sprankels spoten, en een geweldige schijn rees omhoog in de nacht. De danskring wilde zich weer sluiten, maar; "nu zal lk springen", riep Rijkert, terwijl hij zich met brede armgebaren ruimte schiep. Het was doodstil geworden, de gezichten stonden bleek en ernstig. "Het is te laat", werd er gewaarschuwd, "de vlammen gaan te hoog !" Rijkert voelde een hand op zijn schouder; het was zijn vriend Hendrik, die hem smeekte, stamelend van angst. Ongeduldig schudde hij zich los. Hier viel niet te dralen, te aarzelen; alle kussen die hij nooit gekust had, alle omhelzingen die niets dan een leegte hadden gegrepen, heel zijn verlangen, dat zijn bloed doorwoeld had, zonder dat er ooit een koelte lenigde, dit had zich alles in zij n borst tezaam gekrampt tot een begeerte, tot een dorst dien hij met vuur moest lessen, tot een bereid-zijn, dat den kampprijs wilde kopen zelfs met ondergang. Het was zijn eigen menselijke macht niet, die zijn spieren spande, die de bodem van zijn aanloop deed dreunen, het was een overmachtig jong-zijn, dat hem over de zengende vlampoel tilde, en hem, na een duizelende doodsvlucht door rook en verschrikking, aan de andere zijde van de gloeiende doelstreep behouden neer deed komen op de veilige grond.

Verovering

Een seconde lang stond hij roerloos met gesloten ogen. Toen hij ze weer opsloeg, keek hij een meisje in het verschrikt gelaat; zij beefde van ontsteltenis. Om mijnentwil, dacht Rijkert, en hij glimlachte haar toe. Zijn glimlach wekte de hare. Meteen hadden zij reeds elkanders handen gegrepen, en achter een gastvrije vlierstruik verscholen, kuste hij haar zo dorstig, alsof hij uit een bronnetje dronk. Dan vouwde hij zachtjes zijn arm om haar middel, haar hoofd lag aan zijn schouder en zoo wandelden zij de avond in.

_ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _
TWEEDE DEEL:

Het meisje drukte zich innig tegen Rijkert aan nu zij de eenzaamheid voelde, en vol blijdschap over haar beschermer, die zich een held had betoond, gaf zij zich rustig over aan haar bestemming, die werkelijk geen andere bleek to wezen dan die van een bronnetje en louter in lessen bestond en in kabbelen. Haar kus had zij gegeven, dus nu was het vertellen aan de beurt, en zij begon daar dan ook dadelijk mee, zo ijverig en grondig, dat de kalme landweg ervan kwetterde, alsof de vogels zich vergisten in hun morgenlied.

Eenvoudig meisje

Zij was eenvoudig van hart en haar verhalen stegen niet hoger dan haar nederigheid. Zij sprak van de grote stad waar zij diende, van het huis met zijn kamers en trappen en wie haar meesters waren. Zij noemde de kinderen bij naam, die zij had te verzorgen, en zij beschreef haar drukke arbeid van den vroegen ochtend tot de late dag. Toen schaterde zij plotseling zo uitgelaten, dat Rijkert met bezorgdheid naar het geruisloos lover en de sterrenlichte hemel keek. Zij dacht er aan, zei ze, hoe ze nooit uit bed kon komen; eerst werd beneden aan de trap geroepen, maar zij keerde zich dan alleen maar even om in den droom, totdat zij met een schok in haar kussen rechtop moest gaan zitten, starend naar een schrikwekkende gedaante, de nachtmuts scheef geschoven op de grijze haren, de grote, blote voeten blauw van koude onder den korten, rode onderrok. De verschijning boog zich over haar als de heks uit het sprookje en nauwelijks kon zij stamelen: "ja, ik kom, mevrouw ."

Babbelend beekje
Rijkert liep zoetjes naast haar met een verlegen gezicht; hij wist niet wat hij met deze ontboezemingen aan moest en het leek hem of hem een handvol boerse bloemen in de schoot werd geworpen, terwijl hem toegevoegd werd: "maak daar nu eens een ruiker van." Om de oplossing van de moeilijkheid to verschuiven, bukte hij zich dan maar en kuste haar op de mond . Zij zuchtte, nestelde zich in zijn omhelzing, doch hervatte, zodra zij haar lippen weer praatvaardig voelde, onverstoord haar oude bezigheid van als een beekje babbelen.

Geen betovering
Zij sloegen een laantje in en daar schrok hij op van bewondering. Terzijde van een kleine, zilveren poel, neeg zich een wilg over, die door de fonkelende lichtglans van de volle maan tot een fontein van edelstenen werd gemaakt. "Kijk, hoe prachtig", fluisterde hij . "Ja", antwoordde het meisje, terwijl ze even vluchtig opzag. en dan weer vlijtig doorging met te spinnen aan de eindelozen draad van haar verhaal. "Ach God, ze voelt de betovering niet", dacht Rijkert en het werd hem te moede of zijn valk, zijn opgevlogen geestdrift, eensklaps door een pijlschot werd geveld.

Doorns zonder roosje

Wanneer hij had kunnen luisteren, had hij het bescheiden pleiten van haar verdediging tussen de argeloze woorden door van haar gekout, verstaan. En zo zou haar zachte verontschuldiging hebben geklonken: "Ik ben maar een bronnetje, jongen; kom, buk je, sluit je ogen en drink nog eens van mij ." Doch Rijkert opende de ogen alleen maar wijder en hij boog zich niet. Hij zelf was immers niets dan een kind, dat alles had te leren en tussen hem en dit klaar water lag gans de toekomstwildernis der roos- en doornhagen, die hij te doorworstelen had. Hij kon een ander mens nog niet begrijpen, zoals hij een boom in het maanlicht begreep.

Leugenachtig
Langzaam wandelden zij verder onder het sneeuwende lover, in een houding van innigheid, waarvan Rijkert voelde hoe gelogen zij was.

Neem mij !
Eindelijk begon het meisje zijn stilzwijgendheid op te merken en met een schuchter grapje over "haantje de voorste, die zijn tong had verloren", vroeg ze hem, of hij niet meer kussen kon. Meteen sloeg zij haar armen om zijn hals en zocht zijn lippen, waarbij het ongeduld van haar bereid-zijn zo nadrukkelijk de bede herhaalde van: "Buk je, drink en neem mij ", dat zijn bloed het nu wel moest verstaan. Hij keek op, alsof hij werd geroepen. Plotseling herkende hij het hek, waartegen hij leunde. Hij stond hier voor zijn eigen thuis. Zachtjes weerde hij het versmade schenkstertje van zich af, stamelde een groet en verdween in het duister .

Onvervuld verlangen
Toen Rijkert wat later op zijn kousen naar zijn slaapkamer sloop, zag hij, als hij in het voorbij gaan door het trapraam blikte, buiten op de straatweg onder de lantaren, een meisje staan schreien met de handen voor het gezicht. Rijkert rukte zijn kleren uit en eenmaal onder de dekens, veegde hij haar zoenen van zijn mond af aan het kussen waarop hij zo dikwijls verlangend had liggen snikken.

Tagged with →  
Share →

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Maak de som af (anti-spam): * Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.