”Goed zijn voor jezelf en de mensen in je omgeving” is mijn enige arbeidsmoraal

In deze zelfanalyse zet ik uiteen hoe ik er toe gekomen ben het betaald werk te verlaten en erin ben geslaagd me vrij te maken van al mijn emotionele ballast, waardoor ik mij anno 2015 volkomen vrij voel. Een belangrijk instrument om mijn frustraties te verwerken is het opschrijven en analyseren ervan, waar mogelijk zonder mijn eigen aandeel te verfraaien of te verdoezelen. Ik ga om te beginnen uit van het adagium dat ik in beginsel verantwoordelijk ben voor de helft van elk probleem dat ik heb, tenzij er sprake is van overmacht, zoals bij de aanrijding die ik onlangs had. Op voorhand verantwoordelijkheid nemen voor elk probleem dat je hebt, stemt mild tegenover de wederpartij, maakt relativering mogelijk en opent je ogen voor je eigen feilbaarheid. Een moeizaam proces dat bevrijdend werkt en me heeft geholpen bij het besef dat materiële zaken ondergeschikt zijn aan mensen. Dat “dingen” niet de moeite waard zijn om je druk om te maken, alleen de mensen om je heen. Dat goed zijn voor jezelf en “naastenliefde” om het in Bijbelse termen uit te drukken je enige opdrachten is in het leven zijn, blijkt uit het feit dat we allemaal tegelijk één dag ouder worden: ben jij oud, dan is ook bijna iedereen in je directe omgeving oud of al niet meer in leven. Dan zit je taak om “goed” te zijn voor je “naasten” er bijna op.

Om me vrij te leren voelen en tot het besef te komen dat de mensen in mijn directe omgeving de enige zijn die er toe doen, moest ik ervoor zorgen ik dat loskwam van mijn aangeleerde arbeidsethos: het idee vanuit mijn opvoeding, dat betaald werk noodzakelijk is om in mijn materiële behoeften te voorzien en levensvervullend om verveling te voorkomen. Voorkomen van verveling met behulp van betaald werk wordt eufemistisch ook wel “ zelfontplooiing” genoemd. Hoe afstompend je werk ook moge zijn, meestal ontmoet je er wel collega’s die tot je sociale omgeving gaan behoren. Mijn opvatting is dat je opdracht in het leven is ook goed en aandachtig voor deze collega’s te zijn. Maar in tijden van werkloosheid en Linkedin, worden deze tijdelijke naasten geanonimiseerd tot “sociaal netwerk”, dat alleen nuttig is als kruiwagen op weg maar je volgende baan. Deelname aan het economisch verkeer schrijft echter voor dat je alleen een nuttige maatschappelijke bijdrage levert, als je betaald werk hebt. Goed zijn voor jezelf en de mensen om je heen is daaraan ondergeschikt.

Economische analyse

In de jaren zeventig had de PPR het al over een basisinkomen voor iedereen en de realisatie ervan komt noodgedwongen steeds dichterbij. Politici houden de burger voor dat “we straks iedereen nodig hebben”, Dat is een wensdroom om de pensioenen betaalbaar te houden. Een loze bewering om de Europese werkloze en werknemer stil te houden die bang is voor zijn baan. In werkelijkheid is in landen waar het economisch relatief goed gaat 10% van de jongeren werkloos en zijn 55-plussers al afgeschreven. Alleen tussen 30 en 40 ben je nog kansrijk als je van baan moet wisselen, maar wel tegen steeds lager startsalaris en met 15 jaar ervaring. En omdat er zo weinig mensen met die kwalificaties zijn in die leeftijdsopbouw, moeten er hooggeschoolde en laaggeschoolde arbeidsmigranten worden gehaald; liever dan mensen uit het reservoir van 600.000 werklozen om te scholen, want dat kost een werkgever geld en een arbeidsmigrant is al in zijn geboorteland opgeleid. Een cursus Nederlands en de nieuweling is klaar voor de arbeidsmarkt. De door werkgevers in stand gehouden mythe dat arbeidsmigratie goed is voor de economie; houdt Nederlandse werklozen van de arbeidsmarkt en zorgt voor langere wachtlijsten op de huizenmarkt. Maar dat is geen probleem van de werkgever: daarvoor draaien de belastingbetaler en de gemeenten op.

Werklozen
En bij 600.000 werklozen hebben we nog niet de langdurig zieken en gehandicapten meegeteld die ook hun vaardigheden hebben, waarop geen betaald beroep wordt gedaan. Ook niet meegeteld zijn de PGB-houders die ervoor gekozen hebben voor hun naaste te zorgen. Zij zijn feitelijk verborgen werkloos en houden twee andere fulltime verzorgenden van een betaalde baan af. Zo verhoogt elk 24-uurs pgb-budget de werkloosheid de facto met drie personen !
En dan nog de robotisering van laagbetaalde en laaggeschoolde arbeid die aanstaande is. Zelfs een deel van de zorg zou op termijn makkelijk door robots kunnen worden gedaan, zoals maaltijdbezorging.

Minder werk
De mens moet steeds langer werken, zijn arbeidsproductiviteit neemt als gevolg van de computerisering steeds verder toe, maar ondertussen is er voor steeds minder mensen werk.
In grote delen van de wereld wordt de inkomens en vermogensverdeling steeds schever een trend die is ingezet door Reagan en Thatcher in de jaren tachtig. De bankencrisis is een voorbode van het perverse resultaat. Een steeds ongelijkere inkomensverdeling leidt er uiteindelijk toe dat steeds minder mensen zich steeds meer kunnen permitteren en dat bij een steeds hogere arbeidsproductiviteit. Steeds minder mensen die een steeds hogere productie zullen moeten kopen en opmaken. Dit kan lang goed gaan, bijvoorbeeld waar het om dure huizen en auto’s gaat, maar niet als het om massaproducten gaat zoals tv’s en stofzuigers. Je kunt ze goedkoper maken, zodat ze bereikbaar worden voor meer mensen of zorgen dat ze sneller stuk gaan, maar dat pikt de milieubeweging op de lange duur niet. Waar moeten al die massaproducten dan heen die met behulp van robots en weinig mensen die steeds meer produceren, worden gemaakt: Naar groeimarkten als India en China waar 2,5 miljard mensen wonen. Afzetmarkt groot genoeg voor tv’s en stofzuigers en geen milieubeweging die voor recycling zorgt. Dat kan lang goed gaan. Maar op een dag is ook die markt vol en dat gaat sneller dan je denkt. Want we produceren steeds meer en sneller met steeds minder mensen en in de rijke Westerse wereld is er een druk op de lonen naar beneden. Kijk naar V&D of hoe in de VS mensen de eindjes aan elkaar knopen doordat ze drie banen hebben. In de middenklasse kunnen steeds meer mensen zich minder permitteren. Bankmedewerkers worden ontslagen, gevestigde middenstanders verdwijnen. Dit mechanisme van steeds minder mensen die zich steeds meer kunnen permitteren, terwijl de fysiek productie steeds sneller toeneemt, heeft de crisis van de jaren twintig veroorzaakt: Steeds minder mensen konden zich de T-Fords [ermitteren die steeds sneller van de lopende band rolden. En de crisis van de jaren twintig; dat was pas een echte crisis. Maaar gelukkig zijn er nu tenminste uitkeringen in een deel van de wereld die een dempend effect hebben op armoede als gevolg van werkloosheid.

Arbeidsmigratie
Sinds de opkomst van de gastarbeid ligt de werkloosheid niet structureel op 1%, maar vinden we hem al aanvaardbaar bij 4%. En daar komt de huidige arbeidsmigratie vanuit de EU nog bovenop. “Hebben werkgevers wat te kiezen”, luidt het argument. Maar ze kiezen niet; ze vergiftigen overheid en burger liever met de mythe dat arbeidsmigratie goed is voor de economie. Dan hoef je geen werkloze om te scholen; je haalt gewoon een nieuwe uit een ver buitenland die alle kwalificaties al heeft. En als het economisch slap tij wordt, dan stuur je hem weer naar huis. En als dat niet kan, dan vangt de overheid (in feite de belastingbetaler) hem wel op met een uitkering als basisinkomen en een woning, Ten koste van de mensen op de wachtlijst. Dat wel. Zo profijtelijk is het om de mythe van de arbeidsmigratie in stand te houden. Nu ik dat allemaal weet en begrijp, zie ik het als een zegen dat ik me heb teruggetrokken van de arbeidsmarkt en een ander een baan te gunnen in mijn plaats. Ik moest er hard aan werken om me niet schuldig te voelen, want ik ben ook opgevoed met het gezegde: “van hard werken is nog niemand dood gegaan”. Mijn levensvisie is inmiddels een andere: “dat mijn enige taak in het leven is: “goed te zijn voor mezelf en de mensen om me heen; naastenliefde in de praktijk dus.” Een heel Bijbelse notie waar ik me prima in kan vinden, hoewel ik me agnost voel. Een ander die van hard werken houdt tegen betaling, zorgt intussen voor mijn dagelijks brood. En dat zal steeds beter lukken, want elke harde werker die belasting betaalt, produceert steeds meer. Dankzij computers, robots, smartphones en omdat, zelfs mannen zullen leren multi-tasken.

Uitkering als loonkostensubsidie
Via de belastingen leidt een uitkering tot herverdeling van inkomen. Via de schatkist vloeit er inkomen van mensen die niet veel verdienen naar mensen die niets verdienen. Want zo eerlijk is het uitkeringsstelsel nu ook weer niet. Want wie het geluk heeft gehad over langere perioden een baan te hebben gehad, heeft ook langer recht op WW en wie een hoog inkomen heeft, betaalt maar over een klein deel van zijn inkomen Sociale Premies.

Toch zitten er miljarden in de diverse uitkeringspotten, of zijn er miljarden gereserveerd, zoals voor Bijstand. We zouden een deel daarvan kunnen aanwenden als loonkosten-subsidie om het zo voor werkgevers aantrekkelijker te maken mensen met een achterstand op de arbeidsmarkt in dienst te nemen. Er lijkt me werk genoeg te doen. Maar we laten het de goedwillenden liever gratis doen in de vorm van vrijwilligerswerk. Dat is nog goedkoper.

Sollicitatieplicht
Ondertussen voelen mensen zich niet of onvoldoende gewaardeerd, althans financieel niet en zijn ze wel aan allerlei knellende regels gebonden, zoals sollicitatieplicht. Solliciteren tegen beter weten in: er zijn 600.000 werklozen tegen 100.000 vacatures en als een werkgever hem niet vervuld krijgt tegen een dumploon van 8 Euro 57 minimum, dan haalt hij gewoon een Pool, zoals in de kassen. En die Pool heeft hier geen kinderen op school en geen huis, dus die kan het werk hier doen voor € 8,57 (als hij het ook daadwerkelijk uitbetaald krijgt). En de Pool heeft na een jaar ook weer recht op bijstand. Arbeidsmigratie goed voor de economie?

Waardering in een betere wereld
Waardering kun je ervaren in de vorm van een financiële vergoeding in ruil voor geleverd werk, maar ook door voor iemand te zorgen, naar iemand te luisteren er voor iemand te zijn. Ten diepste weten we allemaal wel dat we op de wereld zijn voor onszelf en de mensen om ons heen, maar daaraan ontlenen we geen status, Voldoening en respect ontlenen we aan onze economische bijdrage. Aan wat we ons materieel kunnen permitteren; aan wat we te besteden hebben; wat we desnoods aan cadeautjes kunnen geven op verjaardagen. Maar dat is aangeleerd en materieel gezien steeds minder relevant. Van de natuur die ooit als voedselbron en leverancier van bouwmateriaal aan de mens is de mens vanaf het industriële tijdperk ten dienste komen te staan van de economie als “in de vorm van “menselijk kapitaal”. De mens is in onze tijd een instrument geworden in het vergaren van zoveel mogelijk materiële welstand en bijna iedereen conformeert zich daaraan, En hoor je er even niet bij, doordat je in Bijstand zit of WW dan wordt voortdurend je schuldgevoel daarover warm gehouden door allerlei regels over wat wel en niet mag rond solliciteren, in je vrije tijd en vrijwilligerswerk. Uitkeringstrekker-zijn en sanctionerende instanties beheersen je hele bestaan. Alles om te voorkomen dat je je gelukkig gaat voelen met je status als uitkeringsgerechtigde. En de reclame doet de rest: zet de tv aan en je weet waar je allemaal niet aan mee kunt doen en je niet kunt permitteren.

Maar schuldgevoel is nergens voor nodig:
• als uitkeringstrekker heb je alle tijd voor jezelf en de mensen om je heen. Goed zijn voor jezelf en de mensen om je heen is immers de ware zin van het leven. We worden immers niet voor niets allemaal tegelijk een dag ouder: Tegen de tijd dat jij je ogen definitief sluit, zijn ook je vrienden, ouders en kinderen dood, stokoud of zelfstandig.
• Met een uitkering doe je als vanzelf minder mee aan de consumptiemaatschappij en dat is goed voor het milieu.
• Als uitkeringstrekker besteed je het grootste deel van je inkomen aan dagelijkse levensbehoeften en daarmee stimuleer je vooral de plaatselijke supermarkt in plaats van de internationale webstore Amazon.
• Als uitkeringstrekker breng je je spaarzame Euro’s niet naar een verre vakantiebestemming
• Als uitkeringstrekker koop je niet elke drie jaar een nieuwe flatscreen wat goed is voor het milieu
• Als uitkeringstrekker ben je gedwongen te leren genieten van de kleine dingen in het leven die geen of weinig geld kosten, zoals een zonnige dag, een strandwandeling of een goed gesprek.

Allemaal dingen waarmee je als vanzelf bijdraagt aan een betere wereld en een beter milieu; het maakt het leven met een uitkering een stuk makkelijker door je daarvan bewust te worden en zo raak je je schuldgevoel kwijt. En bedenk: in weerwil van politieke prietpraat zijn op de arbeidsmarkt niet meer, maar steeds minder mensen nodig. Als je per se betaald werk wilt vinden, dan lukt dat de meesten nog steeds, maar om de moedeloosheid en frustratie voor te zijn en vooral om je volkomen vrij te leren voelen, kun je je uitkering leren zien als basisinkomen.

Harde waarheid
Steeds meer mensen zullen zich op een andere manier moeten vermaken dan met betaald werk; een mooie gelegenheid om de participatiesamenleving daadwerkelijk vorm te geven. Maar de gevestigde politiek spiegelt de burger de utopie voor van groeiende werkgelegenheid, als de crisis maar eens voorbij is. Dat volledige werkgelegenheid als gevolg van de robotisering en arbeidsmigratie, waarmee het westen zijn eigen economische graf gegraven heeft, nooit meer terug komt, is een ongemakkelijke waarheid die maar liever verzwegen wordt. Een enkele econoom waagt de harde waarheid op te schrijven, maar wie leest die nu? Ik en ik loop er alvast op de harde waarheid vooruit en werk aan mijn levensgeluk zonder baan.

Uitkering als basisinkomen

In de jaren zeventig zette de Politieke partij Radikalen (PPR) het in haar verkiezingsprogramma. De jonge historicus Rutger Bregman zwengelde als voorstander het debat opnieuw aan met zijn boek “Gratis geld” uit 1914. Toch is het idee van een echt basisinkomen al ouder De Britse filosoof Bertrand Russell schreef er al over in 1918, maar zijn ideeën werden feitelijk achterhaald door de economische crisis van de jaren dertig dat dwong tot het opzetten van een minimaal sociaal vangnet voor de allerkwetsbaarsten door de overheid. Na de tweede wereldoorlog werd in veel Europese landen een sociaal stelsel opgebouwd. Tegen een basisinkomen voor iedereen dat voorziet in de eerste levensbehoeften is veel in te brengen: het zou mensen “lui” maken en onbetaalbaar zijn. Anderzijds doet de huidige langdurige economische crisis vermoeden dat het naoorlogse economische systeem van steeds meer materiële welstand voor iedereen door kwantitatieve economische groei, failliet is. Feit is dat de koopkracht van de lagere inkomens al dertig jaar niet gestegen is, de facto ten opzichte van hogere inkomensgroepen gedaald, de vermogensverdeling steeds schever wordt; laaggeschoold werk verdwijnt en de traditionele middenklasse langzaam wordt uitgehold. Veel van deze mechanismen heb ik hierboven al uiteengezet. Er moet dus iets veranderen, maar wat? Ik voor mij persoonlijk, heb mijn uitkering leren zien als basisinkomen en wel zonder “de maatschappij” te verwijten dat ik geen betaald werk heb. Ik ben toegekomen aan de verwerking van “oud zeer” en de vervulling van mijn levensvisie, namelijk dat ik alleen maar goed hoef te zijn voor mijzelf en de mensen om me heen. En ik vermaak mij er vooralsnog prima mee al was het maar door het proces te beschrijven hoe ik tot deze inzichten ben gekomen. Centraal in het gelukkig zijn als werkloze is het loslaten van de mij aangeleerde arbeidsmoraal. Maar ook een aantal andere voorwaarden zijn belangrijk gebleken om me gelukkig te voelen

De voorwaarden
Om je uitkering te kunnen leren zijn als basisinkomen, is het handig om te voldoen aan een aantal voorwaarden, omdat uitkeringstrekker-zijn anders je levensgeluk zou kunnen verstoren:

• Afscheid van je arbeidsmoraal
Het afwerpen van je aangeleerde arbeidsethos en het schuldgevoel dat daarmee gepaard gaat, is misschien wel het allermoeilijkste. Jouw dagelijkse boterham moet immers verdiend worden door iemand anders die zich wel onderwerpt aan de tucht van de arbeidsmarkt en bereid is elke dag weer bijtijds op te staan. Je kunt je troosten met de gedachte dat het iemands eigen keuze is om een koophuis en hypotheek te hebben en een ruime achterbank in de SUV om de kinderen op te huisvesten tijdens de rit naar Zuid-Frankrijk en een ski-oord; te scheiden en alimentatie te betalen, een serre aan het huis te bouwen en een extra zolderkamer, omdat de kinderen na de basisschool in alle rust moeten kunnen leren. Maar ik had ook ooit ook een vriendin die structureel weinig verdiende, een klein autootje had omdat ze in de Brabantse periferie woonde en er in haar eentje een ééngezinswoning leefde. In mijn ogen iemand die verder weinig materiële wensen had, maar hoge vaste lasten had bij een laag inkomen. Ze ging elke dag naar haar werk, maakte daarvoor veel kilometers, die ze van haar baas niet eens allemaal vergoed kreeg. Ondanks dat ze betaald werk deed, had ze net zo weinig te verteren als ik nu. Maar ze kan in elk geval een sociaal wenselijk antwoord op een feestje geven als iemand vraagt: “Wat doe je zoal in het leven?” En dat zonder de indruk van een maatschappelijke paria achter te laten. Met die vraag wordt vanzelfsprekend bedoeld dat je vast en betaald werk hebt en dat je gaat uitleggen wat dat ongeveer is. Zo worden de potentieel confronterende vragen: “Wie ben je?” en “Hoe gaat het met je?” vermeden. Ik hou me bij de vraag: Wat doe je?” op de vlakte. Ík zeg “iets” met websites te doen in plaats uit te komen voor het feit dat ik “wereldbeschouwer” en “uitvreter” ben op kosten van de belastingbetaler. Ik neem het risico niet dat mijn zelfgekozen bijdragen aan de maatschappij en “goede werken”. Worden afgedaan als vrijwilligerswerk, hoewel ik best betaald zou kunnen werken. En dat laatste is waar, als ik echt alles op alles zou zetten om een ban te vinden. Die baan wil ik wel, maar alles-op-alles zetten niet.

• Beperkte binding
Je moet niet teveel binding hebben (geen mensen die je helpen je spaarzame geld op te maken) zoals een relatie of kinderen. Voor de vriendin van hierboven bleef ik van alles betalen, zelfs toen ik al werkloos was, omdat mijn WW hoger was dan haar salaris en de sterkste schouders moeten de zwaarste lasten dragen binnen een relatie vind ik. Maar als je geld wilt overhouden om jezelf “vrij te kopen” door een financiële buffer op te bouwen, kun je beter iets minder sociaal zijn. Het is nog maar de vraag of je partner, mocht de situatie omgekeerd raken, zijn inkomen ook zo ruimhartig met jou zou delen. Ik ben in mijn geval blij, dat ik niet de proef op de som heb hoeven nemen.

• Niet teveel materiële wensen hebben of de mogelijkheid om ze binnen redelijkheid te vervullen.
Dat spreekt haast vanzelf, Als je vaak verlangt naar dingen waarvoor je het geld niet hebt, dan draagt dat niet bij aan je levensgeluk als vrije werkloze.
Een financiële buffer van een paar duizend Euro helpt om je geen zorgen te hoeven maken als een moderne levensnoodzakelijkheid als een koelkast. Mocht hij kapot gaan, moet je hem kunnen vervangen. Voor de meeste mensen geldt hetzelfde voor de tv, stofzuiger en wasmachine, al schijn je die apparaten makkelijker te kunnen missen dan de koelkast.

• Geen hoge vaste lasten voor huur, hypotheek of auto.
Om gelukkig werkloos te kunnen zijn, zal voor de meeste mensen gelden dat het maandelijks inkomen laag ligt, dus ook de vaste lasten laag moeten zijn (je kosten van levensonderhoud moeten structureel en op langere termijn laag liggen).
Geen grote schulden hebben (dat spreekt eigenlijk ook wel vanzelf,al was het maar omdat geregeld bezoek van deurwaarders niet bijdraagt aan je levensgeluk en gemoedsrust.)

• Voldoende nuttige bezigheden en hobby’s.
De meeste mensen willen zich nuttig voelen. Jezelf verder ontwikkelen, de wereld om je heen beter leren begrijpen kunnen een levensvervulling zijn. Zonder werk heb je daar alle tijd voor, In plaats van somberen, omdat je maatschappelijk aan de zijlijn staat, kun je ook van het besef genieten dat je alle vrijheid hebt om je te ontwikkelen zoals je wilt. Je moet er wel tegen kunnen je eigen inspiratiebron te zijn en geen veeleisende relatie te hebben.

• Hou je aan de regels van de uitkeringsinstantie
Je moet je houden aan de regels van de uitkeringsinstantie. Sollicitatieplicht? Zie solliciteren als jouw vorm van werk, waartegenover een financiële vergoeding staat (je uitkering). Is solliciteren een nutteloze bezigheid als werkloosheid je aanstaat? Dat is een mentale kwestie. Als het goed is leer je er betere brieven door schrijven en mocht je uitgenodigd worden; jezelf beter presenteren. En zie je het echt niet meer zitten, ga het afhandelen van de verplichtingen naar de uitkeringsinstantie als een spel spelen waarvan alleen jij de regels kent:
– Hoe minimaal moet ik mijn best doen om niet met een sanctie gestraft te worden?
– Hoe kan ik geloofwaardig mijn sollicitaties afwerken met de minste inspanning?, Hoe laat ik mijn woning zo goed mogelijk inrichten op kosten van de bijzondere bijstand?
– Hoe vaak kan ik op vakantie met het geld dat ik uitspaar door naar de voedselbank te gaan?
Laat je vooral niet frustreren door de regels, maar speel ermee, binnen de grenzen van het toelaatbare. En wat je de instantie “kunt verkopen”, mocht je ter verantwoording worden geroepen, voel jezelf het beste. Bang zijn “te ver te gaan” ondermijnt je gevoel van vrijheid in een uitkeringssituatie. Evenals zo dom zijn om te liegen als je de regels hebt overtreden. Angst en domheid beletten je je vrij te voelen met een uitkering. Je vrij en bevoorrecht voelen, binnen zekere grenzen te kunnen doen en laten wat je wilt, in plaats van schuldig, daar gaat het om.

Het is heel goed mogelijk dat als mij een werkkring wordt geboden waar ik hulpvaardig kan zijn en die me de gelegenheid geeft wat te sparen bovenop de vervulling van mijn dagelijkse levensbehoeften; dat ik dan weer een aantal jaren in loondienst ga. Collega’s hebben is gezellig, werken is leerzaam en draagt bij aan mijn sociale vaardigheden, vergroot waarschijnlijk mijn financiële armslag en voorkomt onverhoopte verveling. Het meest vermoeiende van geen werk hebben vind ik dat ik altijd mijn eigen inspiratiebron moet zijn. Dat lijkt me nog sterker te gelden voor zzp’ers, omdat van hun persoonlijke inspiratie en creativiteit ook nog hun inkomen en financieel succes afhangt. Een grote verantwoordelijkheid die ik niet heb.

Mijn verhaal (hoe heb ik het zelf gedaan?)

Gaming modus
Ooit raakte ik na afloop va een training in gesprek met een jongen en het ging over hoe je een vrouw versiert. Ik vertelde hem hoe ik de gedacht bestreed dat ik een blauwtje zou kunnen lopen om zo te voorkomen dat ik het versieren hele,aal niey meer aan zou durven. Ik bracht voor het eerst een strategie onder woorden die ik impliciet waarschijnlijk al jaren toepaste en die me vrijwel onkwetsbaar maakte voor afwijzing door vrouwen. Ik legde uit dat ik mezelf in de “gaming modes” zette als ik op de versiertoer ging. De “gaming modus” betekent dat ik het hele versieren als een spel zag, waarbij ik een klein kansje had om te winnen en een grote om te verliezen. Maar :”gamen” is slechts een spel en verliezen kost niks. Op naar de volgende ronde. Bijkomend voordeel van het bewust beleven van “versieren”als “game”, was dat ik veel meer lef had, meer durfde aan te dringen. Omdat er toch niks vanaf hing. En als ik, ondanks mijn strategie, mijn zin niet kreeg, troostte ik me met de gedachte dat ik in elk geval mijn schuchterheid had overwonnen en mijn stinkende best had gedaan. Een mooi leerproces voor de volgende keer. Mijn counterpart ging monter maar huis en ik verwonderde me over het inzicht dat ik zo plotseling onder woorden bracht, maar blijkbaar al jaren toepaste.

Uitkeringsinstantie
Een soortgelijke strategie ben ik gaandeweg gaan hanteren in de omgang met uitkeringsinstanties en jobcoaches. Het moet duidelijk zijn wat je doel is om daarop je strategie te kunnen afstemmen. Meebewegen en een gewillige houding zijn uitermate belangrijk, maar hou daarbij je doel voor ogen. Bereid een gesprek zo voor dat je te allen tijde wisselgeld hebt en coöperatief overkomt. Hebben ze de zoveelste sollicitatietraining voor je in petto, probeer hem dan om te buigen naar een heroriëntatie op de arbeidsmarkt als je wel weet wat je wilt, maar nog niet weet waar de passende banen te vinden zijn. Proberen ze je in een zogenaamd “passende” baan te dwingen waarvoor jij jezelf volkomen ongeschikt acht, doe een tegensuggestie voor iets wat je echt leuk lijkt, desnoods in het verlengde van je hobby en liefst in een sector waar de arbeidsmarktperspectieven goed zijn; iets waarover je echt enthousiast kunt zijn. Dat kan ook een werkervaringsplaats of vrijwilligerswerk met perspectief zijn. Tien tegen één kun je het overbrengen op je jobcoach en krijg je er nog een leuk scholingstraject bij. Met andere woorden ga altijd gemotiveerd op gesprek, zelfs al is het maar een spel. Ook een spel kun je vervolmaken en het is altijd spannend om te beseffen dat je iemand tegenover je hebt die jouw spelregels niet kent, terwijl je die van je uitkeringsinstantie kunt dromen. Zo heb je altijd een voorsprong en je leert er ook nog van. Een gewillige grondhouding (wat iets anders is als meegaand) is belangrijk. Meegaandheid in de vorm van het gedwongen accepteren van werk, kun je tegengaan, door zelf initiatief te tonen en te houden en suggesties te doen voor bezigheden die bij je passen, betaald of onbetaald. Het zal bijdragen aan je levensgeluk en je gevoel van vrijheid. Schuldig hoef je je niet te voelen over je strategische omgang met de uitkeringsverstrekker: hou voor ogen dat jobcoaches, scholingsinstituten en outplacementbureau’s niet jouw levensgeluk voor ogen hebben, maar hun eigen werkzekerheid, met andere woorden: zij zullen precies zoveel inspanning leveren om jou aan het werk te helpen als het toegekende budget toestaat. Budget op en nog steeds geen baan? Belkijk het positief: je hebt waarschijnlijk lotgenoten en mede-werklozen ontmoet, wat op zichzelf al troostrijk is; extra kennis opgedaan en een nuttige training gevolgd.

Selectieve waarheid
Onderdeel van de strategie in de omgang met de uitkeringsinstantie zijn niet alleen de serieuze “gamingmodus” en strategisch meebewegen, maar ook selectief de waarheid vertellen. Behalve om je jobcoach serieuze tegenvoorstellen te kunnen doen, is een goede gespreksvoorbereiding onontbeerlijk om voor ogen te hebben wat je wel en niet moet vertellen. Stel je bent bezig met het opstellen van een bedrijfsplan, omdat je voor jezelf wilt beginnen of je hebt een interessant idee voor een weblog. Dan mag je dat alleen maar doen in je vrije tijd, want van negen tot vijf heb je sollicitatieplicht, ook al zijn er veel te weinig vacatures om zinvol op te solliciteren. Dat weet de uitkeringsinstantie ook wel, maar zij moet zich aan de regels uit Den Haag houden en dat moet jij ook doen; al is het maar voor de vorm. Selectief, of gedoseerd de waarheid vertellen helpt daarbij. Zelfs voor de rechtbank heb je zwijgrecht en kan niemand je dwingen tegen jezelf te getuigen. Waarom bij de Sociale Dienst of het UWV dan wel? Als je met iets bezig bent dat je perspectief biedt of bevrediging geeft, al was het maar een hobby, dan wordt solliciteren ook makkelijker. Stel: je reserveert daarvoor drie dagen per week en ziet dat als (slecht betaald) werk dat je wel serieus aanpakt, dan heb je daarna vier dagen om met een bevredigd gevoel en een gerust hart aan iets anders te besteden. En zelfs als die drie dagen solliciteren je mijlenver de keel uithangen, omdat je vindt dat ze je niets opleveren, dan nog mag je je verheugen op vier dagen iets leukers doen, omdat je drie dagen met iets onzinnigs bent bezig geweest. Heel veel beter betaalde bezigheden dan solliciteren en jobcoaches van straat houden, zijn trouwens ook onzinnig, getuige het grote aantal ontslagen dat valt. Blijkbaar is dat werk overbodig geworden, maar waar zijn die mensen dan al die jaren voordat ze ontslagen werden, mee bezig geweest? En dan heb ik het grote aantal managers, adviseurs, en fusiebegeleiders die de mensen die het echt productieve werk doen, beletten hun taak uit te voeren met procedures, tijdschrijfformulieren en klanttevredenheids enquêtes, nog niet genoemd. Feitelijk allemaal verborgen werklozen, getuige de huidige opkomst van managerloze bedrijven in de VS en nu ook in Europa. Moet ik me dan schuldig voelen dat ik geen betaalde bezigheden heb? Nee dus. Ik hou tenminste geen ondergeschikten van hun werk af. Ik hoef alleen maar te zorgen dat ik mij gelukkig en vrij voel in mijn betrekkelijke armoe en mij houden aan de regels van de uitkeringsinstantie, zolang de uitkering nog geen basisinkomen is. En dat doe ik door de spelregels zo voordelig mogelijk toe te passen. Vergelijk mij desnoods met een belastingontwijker; iets dat is toegestaan en waarover de lezer een moreel oordeel mag hebben in termen van “goed” of “slecht”. Maar een belastingontduiker ben ik niet. Ik ken de regels en pas ze niet in mijn eigen nadeel toe. Een werkweek lang vruchtbaar en gemotiveerd sollicitatiebrieven schrijven en als je geluk hebt af en toe een gesprek voeren, is voor bijna niemand vol te houden; ik reserveerde daarvoor in mijn hoogtijdagen ongeveer tweeënhalve dag per week (effectief zo’n 15 uur) en hield me de rest van de week bezig met leukere (en in mijn optiek) nuttiger zaken. Alleen zo hield ik het sollicitatiecircus zo’n twee jaar achter elkaar vol.

Werkloos
In 2008 vertrok ik bij mijn werkgever in de welzijnssector omdat er geen behoefte meer was aan het werk dat ik deed als gevolg van een strategische beleidswijziging en omdat ik me er al lang niet meer thuis voelde. Van een klein clubje pioniers groeide het in een paar jaar uit tot een organisatie met 60 man met afdelingen , managers, afdelingshoofden en externe adviseurs. Pioniers en idealisten werden aangevuld met mensen die goed wisten hoe ze salarisonderhandelingen moesten voeren, bureaucraten en carrièrehoppers. Of je je tijdschrijfformulier op tijd had ingevuld werd belangrijker dan een klant goed op weg helpen. Het eenmaal aangenomen personeel moest met een projectje zus of zo aan de slag gehouden worden ten gunste van de carrièrekansen van de directeur. Er kwam zelfs een fondsenwerver en projectplannenmaker in dienst. Hulplijnmedewerkers werden projectcoördinator en case-manager. De klant verdween uit beeld en medewerkers werden navelstaarders en concurrenten van elkaar. Mijn werk werd bezigheidstherapie tot een manager het lef had me weg te sturen. En ik heb me neergelegd bij het onvermijdelijke en gezorgd dat ik nog een gouden handdruk mee kreeg. Ik voelde me niet meer bezwaard om de club waar ik eens met liefde had gepionierd op de valreep nog eens te laten betalen. Ik ben gaan begrijpen dat bezuinigen op de overheidsfinanciën niet leuk is voor de goedwillende werknemers die getroffen worden, maar dat bezuinigingen korte metten maken met subsidieclubs die hun houdbaarheidsdatum al lang overschreden hebben. Een commercieel bedrijf dat niet meer geïnteresseerd is in zijn klanten gaat gewoon failliet.

Lange armen
Ik kwam cynisch en gehard uit de strijd en ik ben jarenlang ieder die ik nieuw ontmoette, zowel zakelijk als privé met “lange armen” tegemoet getreden. Ik was afstandelijk en wantrouwend. Iedereen moest eerst maar eens bewijzen dat ze goede bedoelingen hadden en dan kom ik altijd nog zien of ik mijn “lange armen”kon intrekken, maar ik deed het nooit. Alleen de mensen die ik al jaren kende, zoals vrienden en familie ontsnapten aan mijn afstandelijkheid. Wel ben ik vanaf dan begonnen, bewust selectief de waarheid te vertellen, omdat ik op mijn werkplek had gemerkt dat mijn collegiale openhartigheid tegen me werd gebruikt; dat woorden opzettelijk werden verdraaid om een “vuil dossier”van me te kunnen aanleggen en mijn ziekteverzuim werd aangezet. Aantoonbaar onwaar, maar blijkbaar toegestaan om een stok te hebben om de hond te slaan. Bij de personeelsmanager kon ik eenvoudig aantonen dat er welbewust gelogen werd over mijn ziekteverzuim (waren de tijdschrijfformulieren toch nog ergens goed voor), maar zij zat kort voor haar pensioen en had er geen belang bij om wind te zaaien over een paar leugens in het kader van een noodzakelijke reorganisatie. (De manager die mij te grazen nam viel ten prooi aan de volgende reorganisatie, maar in vredestijd praten de handlangers van wie je zeker weet dat ze fout zouden zijn in de oorlog, zich altijd weer ergens onder dak.) Ik was mij vanaf het begin bewust van mijn “lange armen”. cynisme en teleurstelling in de mensen met wie ik jarenlang had samengewerkt. Ik heb dan ook alleen in de wandelgangen van een paar collega’s afscheid genomen; een paar handen geschud en heb later met een enkeling afgesproken op een terrasje.

Nieuwe werkplekken
Dat het ook anders kan merkte ik op mijn volgende werkplekken. Het was hausanna, nog geen crisis en binnen twee maanden vond ik twee nieuwe werkplekken van bij elkaar 40 uur. Ik ging er financieel nog op vooruit ook voor vrij eenvoudig werk als webredacteur. Stukkies schrijven over zorggerelateerde onderwerpen, zorgactualiteit bijhouden en tweemaandelijks een nieuwsbrief maken. Werk zonder echte verantwoordelijkheid voor twee vingers in de neus en zonder uitdaging. Het is dat de combinatie en het wekelijks omschakelen zo zwaar was, anders had ik me na twee weken doodverveeld. Goed te combineren ook, vlak bij elkaar en vlak bij huis. Maar eerst had ik nog onbekommerd vijf maanden vrij in een prachtig voorjaar en heerlijke zomer en een ruime WW-uitkering. Wat wilde ik nog meer? Niets eigenlijk. Twee maanden had ik nodig om mijn wrok over de afloop van mijn laatste baan weg te slikken, toen kreeg ik op een rustig moment een aardig idee voor een website en alle tijd om aan de uitvoering te beginnen.

Webredacteur
Mijn twee gecombineerde banen bleken zo zwaar dat de uitvoering van mijn webidee pas in de loop van 2010 kon beginnen, vanaf 2008 tot 2010 was ik webredacteur bij een adviesbureau in welzijn en webredacteur bij een welzijnsorganisatie voor mensen met psychische problemen. De structuur van deze laatste club leek op de organisatie waar ik eerder had gewerkt en ik voelde me er snel thuis. Wat ontbrak waren de managers en de cliënten stonden weer voorop. Wat me ook opviel dat er zoveel werk werd verzet, zonder eindeloze vergaderingen. Wel vond ik weer iedereen erg op z’n eigen “subsidie-eiland” zitten en makkelijk zeggen “het is mijn taak niet”. Voor een welzijnsorganisatie voor de tweede keer weinig sociaal bewogen, naar mijn gevoel. Vooral veel lippendienst aan de “zwakke” doelgroepen. Anders dan bij de vorige organisatie waar ik werkte, kwam een groot deel van de betaalde krachten wel degelijk uit de doelgroep psychiatrisch patiënten en werden als ervaringsdeskundigen gedreven tot optimale belangenbehartiging. Een verademing, no-nonsense, je werk goed doen, niks navelstaren: gewoon mensen goed op weg helpen, door naar ze te luisteren en te doen waaraan ze behoefte hebben. Zoals een goed ondernemer dat ook doet.

Adviesburau
Bij een adviesbureau leerde ik wat het betekent met elkaar de salarissen te verdienen voor allen, zonder veilige subsidiepot om vertrekpremies, in zichzelfgekeerde navelstaarderij, managers en wanbeleid uit te betalen. De onderlinge sfeer was warm, belangstellend en collegiaal, iets wat ik, afkomstig uit de “sociale sector” helemaal niet verwacht had. Creatieve ideeën en eigen inbreng werd gewaardeerd in plaats van verstikt of geformaliseerd in vergaderingen en managementvoorstellen. Op beide werkplekken moest ik in 2010 weg: bij het adviesbureau, omdat de crisis toesloeg en de winstgevendheid instortte en bij de zorgkoepel, omdat het project ten einde liep

Relatie-einde
Mijn lange armen bleven, vertrouwelijk werd ik met mijn collega’s niet meer; ik wilde niet meer teleurgesteld worden. Werk is werk en mijn enige opdracht is om dat zo goed mogelijk te doen in ruil voor mijn salaris. Tegen de vriendin die ik had en waar ik dolgraag vanaf wou, zonder dat ik dat durfde te zeggen, vertelde ik wel van de “lange armen” en mijn toegenomen afstandelijkheid naar mensen. Ze heeft nooit aangegeven dat persoonlijk te bespeuren. Enkele maanden nadat ik werkloos werd, had ik de moed om het uit te maken.

Ik schreef er het volgende cynische gedichtje over:

Wereldkampioen

Ik ga naar mijn vriendin
om het uit te maken.
Uit de trein hoor ik:
Nederland-Brazilië: 0-1
Ik ben teleurgesteld.

Bij haar aangekomen, zeg ik:
“Ik wil stoppen”. Zij laconiek:
“Dat is misschien het beste”.
Nederland-Brazilië: 2-1.
Ik ben opgelucht, haast blij.

Voorbeeldsollicitant
Wat later stopte ik met vrijwilligerswerk dat me zwaar belastte en verbrak het contact met mijn zus dat mij niets anders bood dan verwijten. Ik was op weg mezelf te bevrijden van heel veel ballast zo zonder werk en zonder relatie die gezelligheid bood en me hielp mijn geld op te maken. Ik was vrij, zonder het zelf te beseffen. Ik was te verbitterd over mijn relatie-einde en te zeer teleurgesteld in mensen om me vrij te kunnen voelen. En ik werd in toom gehouden en geblokkeerd door mijn arbeidsethos, waardoor ik mezelf wijsmaakte dat ik naar een betaalde baan moest blijven zoeken en de rest deed de uitkeringsinstantie die me hield aan de sollicitatieplicht. Gelukkig werd ik er niet van want net zo makkelijk een baan vinden als twee jaar eerder, was er niet bij. Dus ging ik aan mijn webproject werken: drie dagen per week min of meer serieus solliciteren, afhankelijk van hoe kansrijk en interessant ik de vacatures in die week vond en vier dagen werken aan mijn webproject. Op die manier werd ik zowaar een soort voorbeeld sollicitant, wiens CV, qua inhoud en opmaak ten voorbeeld werd gesteld aan anderen. Het solliciteren “op niveau: hield ik twee jaar vol, ook omdat ik me het tweede deel van de week mocht bezighouden met leukere dingen. Zo beloonde ik mezelf voor de “verloren” maandag, dinsdag en woensdag.

Weblogs
Na die twee jaar had ik het geluk om van de sollicitatieplicht ontslagen re zijn, maar betaald werk had ik nog steeds niet. Ik had minder te besteden, maar hoefde nauwelijks meer rekenschap en verantwoording af te leggen: Niet aan een baas, niet aan de uitkeringsinstantie en niet aan een vriendin. Dat laatste lijkt me fundamenteel om je vrij te kunnen voelen met weinig geld ter beschikking om materiële wensen te vervullen. Vrij voelde ik me echter nog steeds niet. Mijn arbeidsethos bleek me dwars zitten. Wat moet je op een verjaardag tegen vrienden zeggen als ze vragen wat je zoal doet? De waarheid? Selectief dan toch. Ik schrijf op verschillende weblogs, zowel omdat ik graag schrijf en omdat ik mijn hobby’s en kennis wil delen. Zo zorg ik dat ik duidelijk aanwezig ben op Internet en anderen kunnen zien dat ik lekker bezig ben. Hoewel ze in financiële zin niets opbrengen, help ik er anderen mee, lucht ik mijn hart en orden ik mijn gedachten, zodat ik mijn emoties letterlijk van mij af kan schrijven en een plek kan geven buiten mezelf: dus op Internet. Soms toegankelijk voor de enige die weet hoe het werkelijk zit, omdat ik haar een link toestuur: mijn moeder. Soms afgeschermd voor zoekrobots, maar wel toegankelijk en soms openbaar.

Emotionele ballast
Zo heb ik het kampverleden van mijn vader beschreven en de voortdurende worsteling met mijn relatie. Pas nadat ik dit alles beschreven had, ging ik me langzaam werkelijk vrij voelen, dat ik van de sollicitatieplicht af was, bleek van secundair belang. Dat ik na afloop van mijn WW-periode ineens alle tijd had om op te schrijven wat blijkbaar zowel onbeschreven, als onverwerkt op mijn schouders drukte, leidde aanvankelijk tot een jaar van groot verdriet, lethargie en emotionele stilstand dat ik maar gewoon heb geaccepteerd; ik sliep uit, las wat, schreef geregeld opiniestukken, bijvoorbeeld over de ondergang van Groen links die ik zag aankomen; dacht dus veel na over maatschappelijke thema’s die ik probeerde te doorgronden, net als mezelf en de mensen om me heen, fietste wat en verlangde naar hand-in-handlopen in het park. Het laatste kwam er nooit van en had er vrede mee. Ik wist niet hoe ik vrij moest blijven en tegelijk gebonden raken. Ondertussen wist ik echt niet hoe het verder moest: niet met mezelf en niet met het webproject dat ik bedacht had, op papier stond en bij een webbouwer lag en maar niet afkwam. Inmiddels zijn we jaren verder; is het “bijna” af en ben ik inmiddels verder, want ik voel me sinds kort volkomen vrij, eindelijk, eindelijk. Mijn arbeidsethos heeft me verlaten, zoals de duivel een verdoemd lichaam na een uitdrijvingssessie. Ik ben wereldbeschouwer geworden, die alleen maar goed hoeft te zijn voor zichzelf en de mensen om zich heen.

Vrijheid
Wat bevrijding is heb ik eerder ervaren; ware vrijheid is pas recent op mijn pad gekomen. Vrijheidsdrang niet uit teleurstelling in anderen; vrijheid niet als vlucht naar verre vakantielanden; maar vrijheid om aandacht aan mezelf te besteden of aan een ander in mijn omgeving. Vrijheid die geen vrijblijvendheid is: als ik een afspraak heb met mijn wandelvriendin Tine van 93 dan ga ik. Omdat ze op me rekent en omdat het gezellig is. Vrijheid waarmee ik kan bijdragen aan het levensgeluk van anderen, al was het maar omdat ik de tijd heb bij iemand op ziekenbezoek te gaan. Niet omdat het moet, maar ik denk dat mijn aanwezigheid troost biedt. Dezelfde soort troost die mensen ervaren als ik naar een begrafenis ga. En ik heb alle tijd om die aandacht te geven. In alle vrijheid, niet gehinderd door werkafspraken en niet door een drukke agenda. En ik neem die vrijheid waar. En het gaat niemand wat aan dat ik daarvoor geen vrij heb genomen van mijn werk, dus dat de drempel om te komen in materiële zin lager is dan voor anderen. Want ik vertel selectief de waarheid, of vertel helemaal niets. Mijn troostende aanwezigheid is het enige dat telt. Het hoeft heel vaak niet over mij te gaan, alleen bij de uitkeringsinstantie wil men iets over mij weten en ook daar vertel ik selectief de waarheid en zeker niet dat ik mijn arbeidsethos heb “kaltgestellt.” Alles wat ik zeg kan immers tegen me gebruikt worden. En: ”niet verteld, is niet gelogen.”

Verantwoording
Je ter verantwoording laten roepen over je gebrek aan arbeidsethos (lees: gebrek aan intrinsieke motivatie om naar betaald werk te zoeken), is naar mijn mening even zinloos als met een vleeseter in debat gaan over jouw vegetarier-zijn. Het kan bovendien afbreuk doen aan je gemoedsrust en gevoel van vrijheid. Je hebt je vrijheid immers moeizaam moeten verwerven op de ingesleten en vanzelfsprekende arbeidsmoraal die een vaste baan voorschrijft en streven naar materiële vooruitgang, ofwel meer van hetzelfde, want dat is het adagium van de consumptiemaatschappij en je bent zot als je je daaraan onttrekt en een beetje minder van alles je ook gelukkig maakt. Bovendien schaad je de economie als je niet toegeeft aan je intrinsieke consumptiedrang. Dat consumptie om de economie te stimuleren en niet om te overleven en gelukkig te zijn een collectieve verslaving is die niet bestreden, maar aangewakkerd wordt, zullen mijn critici vast geen sterk argument vinden. Je bent op een feestje maar zo een uitvreter een paria die op andermans zakken teert.

Lekker bezig zijn
Tot mijn vrijheid behoort dus ook dat ik selectief de waarheid vertel. Als ze willen weten wat ik zoal doe voor de kost dan Googlen mijn gesprekspartners mij naam maar op Internet en hou ik het erbij dat ik “ïets met websites doe” of als het iets specifieker moet: webredacteur ben op zzp-basis. Ik heb er ook een professioneel ontworpen visitekaartje bij. Wie weet levert het nog eens een klant op En mijn activiteiten zijn allemaal na te kijken tot Linkedin aan toe. Dat ze al jaren geen stuiver opbrengen, gaat niemand iets aan. Ik ben gewoon lekker bezig en leef in vrijheid bovendien. Wat wil je nog meer? Im mijn geval af en toe hand-in-hand lopen in het park, desnoods met de buurvrouw die best aardig is en een leuk gezicht heeft. Alleen dat mis ik soms: een beetje fysieke aandacht: oprecht en toch niet te dichtbij of te dwingend. Maar je kunt niet alles hebben: volkomen vrij zijn en gebonden, althans ik heb de juiste modus en persoon nog niet gevonden om “vrijheid in gebondenheid” mee te delen. Voorlopig heb ik alvast mezelf maar vrijgemaakt. Ik maak me alleen nog druk om dingen die er echt toe doen; materiële zaken zijn daar niet bij.

Bevrijding
Hoe dat voelt, heb ik meegemaakt. Bevrijding in en door de liefde nog wel. Ik heb me daardoor jarenlang onkwetsbaar gevoeld voor afwijzing en kan mede daardoor heel goed alleen zijn in het besef dat ik waarschijnlijk het mooiste in het leven al heb meegemaakt en zo niet, dan leef ik in het vertrouwen dat ik inmiddels ver genoeg ben in het leven om het nog mooiere te herkennen, mocht het op mijn pad komen.
Over een laatbloeier in een onverwachte speeltuin

Schuldduivel
Om bevrijding in de vorm van vrijheid te kunnen voelen, heb ik me niet alleen moeten bevrijden van de immer fluisterende schuldduivel die arbeidsethos heet, maar ook van grote materiële wensen en behoeften. Ik ben nu eenmaal niet uit de familie Heineken of Albert Heijn en mijn creatieve ideeën hebben mij vooralsnog niet de zilvervloot opgeleverd. Dat ik geen relatie of kinderen heb die een beroep op me doen is een groot voordeel; in elk geval in materiële zin: ik hoef alleen mijn eigen wensen maar te vervullen.
Bezigheden heb ik genoeg en mijn levensvisie is dat ik alleen naar “goed” hoef te zijn voor mezelf en de mensen in mijn omgeving. Verder moet ik zuinig leven dus en wil ik creatief blijven dromen

Trijntje
Sinds een tijdje kom ik bij Tine, die eigenlijk “Trijntje” heet en 93 jaar is. Zij is de relativering van het leven zelf, omdat ze bijna geen mensen meer om zich heen heeft voor wie ze “goed” hoeft te zijn. Ze heeft maar één zoon, twee kleinkinderen en verder is haar hele familie: man en acht broers en zussen dood, evenals haar ex-collega’s en vriendinnen. Ik ben haar “wandelvrijwilliger”, we doen boodschapjes in de buurt en als het mooi weer is gaan we soms wat verder weg: naar mooie plekjes van vroeger: zij op de scootmobiel en ik op de ligfiets: gezellig op dezelfde hoogte. Ik ben haar extra paar ogen, waardoor ze niet meer zo bang is om over te steken en haar opvang als ze mocht vallen.

Naastenliefde
Door Tine ben ik me gaan afvragen wat het Nieuw-Testamentische begrip “naastenliefde” concreet voor mij betekent en dat ik bijvoorbeeld in harmonie moet leven met mijn dementerende vader en ouder wordende moeder. Er is immers steeds minder tijd om nog iets goed te maken. En dat werken aan harmonie, zie ik niet als vrijblijvend, maar als een opdracht en mijn menselijke plicht, net zoals “er zijn” voor wie mij nodig heeft en troostend aanwezig zijn waar dat kan. Ook al komt dat soms niet zo goed uit Ër zijn”in weerwil van mezelf, dat is “naastenliefde”; soms opofferingsgezind zijn, zolang ik het kan dragen. Welbewust met als beloning het gevoel van troost en steun dat ik heb kunnenen bieden, zonder me waterdrager te voelen, zoals in het verleden, gebruikt of overbelast over het beroep dat iemand op me deed. Ik dacht dat het bij mijn “goedheid”  hoorde om me emotioneel te laten “uitwonen”, maar in plaats van waterdrager, hoef ik nu alleen nog maar bij te dragen aan het levensgeluk van mensen die daarvoor open staan. Zoals Tine, of mijn moeder. En anderen kan ik laten voor wie ze zijn. Ik heb niet meer de aandrang om iemand te “redden”; ik kan alleen troosten als dat helpt.

Levensnoodzakelijk
Ik ben me ook gaan afvragen welke dingen echt belangrijk zijn in het leven. Net als het begrip “naastenliefde” dat ik al op de middelbare school tegenkwam, kon ik mij het antwoord op die vraag als jong-volwassene niet eigen maken. Toch kwamen we tijdens de les Economie of maatschappijleer al tot de conclusie dat:

– Voedsel
– Onderdak
– en kleding (of warmte in de tropen)
cruciaal zijn voor het overleven

Een aantal immateriële zaken dragen daadwerkelijk bij aan het levensgeluk, bijvoorbeeld:

– mensen om je heen
– gezondheid ( of medische verzorging)
– en veiligheid ( bescherming, een veilig gevoel).

Naar mijn idee zijn er nog twee dingen, met zowel  een materiële als immateriële component die ook van wezenlijk belang zijn voor het levensgeluk van mensen:

– Vervoer (de mogelijkheid om vrij te reizen, je te verplaatsen, goederen te verdelen). Denk bij hret eerste maar eens aan de DDR en “de muur”, die sommigen met gevaar voor eigen leven wilden ontvluchten.
– Cultuur en vermaak, met name de universele kunstvorm “muziek”, Vertaling meestal onnodig en veel minder plaatsgebonden dan schilderkunst.

In de Hongerwinter werd voor veel mensen in West Nederland aan bijna geen enkele voorwaarde voldaan

Er was alleen onderdak, mensen om je heen en misschien een beetje vermaak en toch zullen mensen zich niet altijd ongelukkig hebben gevoeld.

Basisvoorwaarden
Maar als dit de basisvoorwaarden zijn voor geluk? Wat heeft dan kwantitatieve economische groei voor zin met steeds meer van hetzelfde? Kwantitatieve economische groei heeft alleen maar zin, zoverre bedoeld om mensen die het bovenstaande nog niet hebben, aan dezelfde levensnoodzakelijkheden te helpen.

Toch dragen materiële  zaken, buiten onderdak, voedsel en kleding bij aan iemands welbevinden en levensgeluk. Alleen wat je niet bezit, zul je minder missen dan iets dierbaars of belangrijks dat je kwijtraakt. Naar wat je niet bezit kun je verlangen (een gevoel), van wat je kwijt bent wat je wat het kon en waard was (gevoel + ratio). Het gevoel van gemis kan het welbevinden en levensgeluk sterk negatief beïnvloeden, ook van op zichzelf triviale materiële zaken.

Een voorbeeld: mijn moeder heeft vrijwel altijd een fotocamera in de aanslag en publiceert de mooiste kiekjes op Internet. De reacties van bezoekers zijn vaak lovend. Zonder camera bij zich voelt ze zich beroofd van de enige echte hobby die ze heeft en waarin ze goed is. Tijdens een fotosessie buiten, gleed ze uit en de camera viel in de modder. Kapot. Dus kocht ze over-night een nieuwe. Blijkbaar voelt ze zich met camera veel gelukkiger dan zonder. Ze had er al één gehad, dus ze wist wat ze miste. Maar dit lijkt weinig verwantschap te hebben met het min of meer gedachtenloos vergaren van extra materiële welstand; de manier waarop consumenten de economisch groei aanwakkeren. Het vervullen van een psychologisch ervaren gemis, zowel als het inruilen van de voorlaatste i-phone voor een nieuwe, stimuleren beide de economie. Ik neem aan dat de fotocamera een grotere bijdrage levert aan het levensgeluk van mijn moeder, dan de i-phone 6 aan het leven van degene die editie 5 ervoor inruilde. Maar dat vermoed ik alleen, doordat ik mijn moeder ken en de i-phonebezitter niet.

In het verlengde hiervan en van het verhaal over de camera van mijn moeder:
Draagt een i-phone 6 werkelijk bij aan je levensgeluk of is een telefoon of eventueel computer met webcam (vervoer van beeld en stem) ook voldoende om te communiceren met je nichtje in Australië? Draagt een extra tv op de slaapkamer werkelijk bij aan je levensgeluk?

Zelfreflectie
Tine heeft mij ook laten zien hoe levenswijsheid mild en zacht stemt; een zachtheid en vaardigheid tot zelfreflectie, die ik mij dankzij Tine ook heb eigen gemaakt. Ik hoef haar, mezelf en de mensen om mij heen alleen maar gelukkig te maken. En ik heb er met mijn uitkering alle tijd voor. Dankzij de levenswijsheid van Tine heb ik mijn lange armen van cynisme en wantrouwen ingetrokken. Er kan van alles gebeuren. Ik ben vrij.

Tagged with →  
Share →

One Response to Aangeleerde arbeidsethos van “luie werkloze” is grootste belemmering voor persoonlijke vrijheid

  1. corry lengkeek schreef:

    Ik ben zo trots en blij dat je mijn zoon bent ! Je moeder .

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Maak de som af (anti-spam): * Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.